20-03-07

Nummer 61

The Cure met A forest - 1980

Alternatieve Engelse band rond de belippenstifte Robert Smith. The Cure is met name een zgn. albumband, maar schrijft in de jaren '80 en '90 ook hits op zijn naam, waaronder 'A Forest', 'Boys Don't Cry', 'Why Can't I Be You' en 'Close To Me'.

Cure Wisselvallig kan je ze wel noemen, want The Cure verandert even vaak van bezetting en van stijl als van onderbroek. Maar één ding valt niet te ontkennen: The Cure hoort bij het lijstje van de groten en bij het lijstje van de blijvers. Al sinds het debuutalbum van Robert Smith en de zijnen levert elk album van de band een aantal hitsingles af en veel Cure-fans lijken meer op Robert Smith dan de frontman zelf. 

De band start in 1976 als The Easy Cure. Aanvankelijk spelen schoolvrienden Robert Smith (zang en gitaar), Porl Thompson (gitaar), Michael Dempsey (bas) en Laurence Tolhurst aka Lol (drums) scherpe gitaarpop. Chris Perry van Polydor Records krijgt een demotape in handen met 'Killing An Arab'. Hij zorgt ervoor dat de song op het independent label Small Wonder kan worden uitgebracht en als hij in 1979 bij Polydor vertrekt en zijn eigen label begint, is The Cure de eerste band die daarbij tekent. 'Killing An Arab' wordt in februari dat jaar opnieuw uitgebracht en The Cure vertrekt op een eerste tournee door Engeland. 

In mei komt debuutalbum Three Imaginary Boys uit, dat na het succs van de singles 'Jumping Someone Else’s Train' en 'Boys Don’t Cry' zal worden aangepast en omgedoopt tot Boys Don’t Cry. Een tweede tournee in 1979 doet The Cure samen met Siouxsie And The Banshees, een van de voorbeelden voor Robert Smith. Als Banshees-gitarist John McKay tijdens de tour de band verlaat, springt Smith voor hem in. Het is de eerste maar niet de laatste keer dat Smith met de band meespeelt. Seventeen Seconds volgt Boys Don’t Cry op in 1980. 

Toetsenist Matthieu Hartley heeft zich bij de groep gevoegd en de synthesisers geven de band een heel ander geluid. Seventeen Seconds klinkt experimenteler en dromeriger, vol melancholie. Van het album komt 'A Forest', de eerste hitsingle van The Cure in Nederland. The Cure vertrekt voor het eerst op wereldtournee. Na het Australische deel van die tour stapt Hartley op en de band gaat zonder hem verder. Tijdens de opnames van Faith groeien de spanningen binnen de band onder invloed van het alcohol- en drugsgebruik. 

Het album borduurt verder op Seventeen Seconds maar de band zoekt wel andere manieren om het publiek te verrassen. Zo vormt tijdens de tour in 1982 een zelfgemaakte animatiefilm het voorprogramma. Met Pornography slaat The Cure een nieuwe weg in. Het album brengt zwaarmoedige, donkere muziek en de depressie waait ervan af. In Nederland slaat het album niet aan maar in Engeland haalt Pornography wel de Top 10 en groeit de aanhang van The Cure. 

Na de Pornography-tour verlaat Gallup de band. Aan het einde van 1982 en in 1983 probeert Smith te bewijzen dat hij meer is dan een depressieve kraai met lichtvoetige singles als 'Let’s Go To Bed', 'The Walk' en 'The Lovecats'. De mini-LP The Walk komt in 1983 alleen in Nederland uit, voor een volledig album is het wachten op The Top in 1984. Daarop staan naast lichtvoetige popsongs als 'The Catterpillar', zwaarmoedige songs in de stijl van Pornography. The Top is gemaakt met een door elkaar geschudde bezetting: alleen Smith blijft op zijn plek. 

Lol heeft de drums omgeruild voor keyboards en Porl Thompson is teruggekeerd. Bassist Phil Thornally en drummer Andy Anderson zijn de nieuwe gezichten van The Cure. Niet voor lang: Anderson zal al tijdens de Top-tournee worden ontslagen en na de tour houdt ook Thornally het voor gezien. The Head On The Door is dus weer met een nieuwe line-up gemaakt (Gallup is terug en Boris Williams speelt drums). Het is het meest commerciële popalbum dat The Cure heeft gemaakt en dat helpt de verkoop: in Engeland haalt het album de Top 10 en in de VS haalt het een 59ste stek. 

Tijdens de Head On The Door-tournee doet de band ook ons land aan: The Cure is hoofdact op Pinkpop 1986. De band verzilvert het succes met het compilatie-album Standing On A Beach: The Singles. Vooral in de VS is het album een hit. Ook het afwisselende dubbelalbum Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me wordt in 1987 een succes, ondanks de gemengde kritieken. In 1988 ontslaat Smith Tolhurst omdat de relatie tussen Tolhurst en de rest van de band ‘onomkeerbaar beschadigd’ zou zijn. 

Lol is verbitterd en dient een aanklacht in tegen Smith en Fiction-baas Parry. Hij beweert dat zijn aandeel in The Cure veel groter is dan de twee beweren en eist achterstallige royalties. In 1994 stelt de rechter Smith en Fiction-baas Parry in het gelijk. Toch blijft Smith met een bitter gevoel achter: “Lol heeft meer dan een jaar van mijn leven weggenomen. De rechtszaak heeft een schaduw over mijn leven geworpen.” Zonder Tolhurst maar met Roger O’Donnell van Psychedelic Furs neemt The Cure Disintegration op, een melancholische klaagzang over ouder worden. Het album wordt een hit in de VS en in Groot-Brittannië en levert een reeks hitsingles op zoals 'Lovesong' en 'Lullaby' dat in Nederland de langst- en hoogstgenoteerde Cure-song is. Mixed Up levert in 1990 een serie remixen van Cure-hits en een jaar later komt het live-album Entreat uit met live-versies van de nummers op Disintegration

Nieuw materiaal brengt The Cure pas in 1992 uit op Wish. Ook dat album slaat aan, in Engeland komt het binnen op nummer één en in de VS op twee. 'Friday I'm In Love' haalt de Nederlanse Top 40. In 1993 brengt The Cure geen nieuw materiaal uit maar wel twee live-albums: Show en Paris. De tweede is, de naam zegt het al, opgenomen tijdens een optreden in Parijs, de eerste in Detroit. Daarvan is ook een video gemaakt, die in hetzelfde jaar wordt uitgebracht. Op beide albums (en op de video) zijn vooral nummers van Wish te beluisteren (en te bewonderen). 

Nog in 1993 houdt Thompson The Cure voor gezien, Roger O’Donnell (die na de Disintigration-tour was vertrokken) komt terug en vervangt hem. Perry Bamonte, een roadie die O’Donnell had vervangen, switcht van synthesiser naar gitaar. De laatste wissel is in 1994, net als The Cure de studio in gaat om een nieuw album op te nemen. Drummer Williams stapt op, advertenties in kranten leveren een vervanger op: Jason Cooper. Met de nieuwe drummer trekt The Cure de studio in, het resultaat van meer dan een jaar werk is Wild Mood Swings. Het album wordt niet unaniem onthaald. Het zou niet de echte 'Cure-sound' hebben, met strijkers en blazers. Het album doet zijn naam alle eer aan met de sterk afwisselende nummers. 

De verkoopcijfers tonen dat de fans hetzelfde oordelen als de critici: Wild Mood Swings is het eerste Cure-album dat minder verkoopt dan zijn voorganger. Al kan het album ook weer niet zó slecht zijn geweest, bewijze de anderhalf miljoen verkochte exemplaren. Na Wild Mood Swings gonst het van de geruchten dat The Cure er mee zou stoppen. Dat zou niemand hebben verbaasd, maar Smith wil toch eerst bewijzen dat The Cure niet is doodgebloed. En daar slaagt hij in met Bloodflowers uit 2000. Het album brengt, in tegenstelling tot zijn voorgangers, geen grote hits voort. Maar het derde deel van de trilogie die verder uit Pornography en Disintegration bestaat, legt alle critici het zwijgen op. Eind 2002 wordt The Cure in de studio gesignaleerd met Korn- en Slipknotproducer Ross Robinson. Drie jaar later ligt het album The Cure in de platenzaken. 'The End Of The World' is de eerste single, gevolgd door 'Alt. End' en 'Taking Off'.

Muziekclip The Cure - A forest

songtekst

16:51 Gepost door Kurt in Muziek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.